Magnetron bananen-havermoutmokcake
- Zoet
- Snel
- Magnetron
Een compacte, fudgy mokcake voor één persoon, gemaakt met geprakte banaan, havermout, cacaopoeder en pindakaas. Hij gaart in ongeveer twee minuten in de magnetron en smaakt naar een rijke chocoladepuddingcake.
- Totaal
- 10 min
- Voorbereiding 6 · Kooktijd 3 · Rust 1
- Porties
- 1
- Moeilijkheid
- Makkelijk
Je oefent: Spatelen
Instructies
-
Prak de banaan in een klein kommetje met een vork tot hij bijna glad is, met nog maar een paar kleine klontjes.
~2 min
Goed fijn prakken voorkomt natte klontjes die in de magnetron ongaar blijven en de kruimel ongelijk maken.
Prak de banaan heel glad voor een gelijkmatige kruimel; een paar klontjes laten natte plekken achter die in het midden rauw blijven.
-
Roer de havermout, het cacaopoeder en het zout door de geprakte banaan. Voeg 60 ml melk toe en meng tot er geen droog cacaopoeder meer te zien is en het beslag dik maar schepbaar is.
~2 min
Cacaopoeder neemt pas vocht op als je het goed doorroert; droge plekken blijven anders bitter en klonterig.
Spatelen Roer met een spatel of lepel van onder naar boven zodat het cacaopoeder gelijkmatig wordt opgenomen; stop zodra er geen droog poeder meer is, want te lang roeren maakt het beslag taai.
-
Schep het beslag in een magnetronbestendige mok. Laat de pindakaas in het midden vallen en duw hem met de lepel net onder het oppervlak, zodat hij een gesmolten kern vormt.
~1 min
Pindakaas onder het oppervlak blijft vochtig en smelt tot een vloeibare kern in plaats van uit te drogen.
-
Verwarm 90 seconden op vol vermogen. Controleer de bovenkant: die moet er gestold en aan de randen iets droog uitzien. Is het midden nog nat, verwarm dan in rondjes van 15 seconden tot hij net gestold is, niet langer dan 30 seconden extra.
~2 min
Te lang verwarmen maakt de cake rubberig en droog; korte rondjes geven je controle over het moment waarop het midden net stold is.
-
Laat de mokcake 1 minuut staan zodat het midden verder opstijft, en eet hem dan warm direct uit de mok.
~1 min
Tijdens het staan verspreidt de restwarmte zich en gaart het midden na zonder dat de randen uitdrogen.




